Salaristabel.nl

Pensioen en de Wet toekomst pensioenen: wat verandert er?

De Wet toekomst pensioenen (Wtp) verandert het Nederlandse pensioenstelsel ingrijpend. Wat betekent de overgang van uitkeringsregelingen naar premieregelingen voor jou?

Door de Salaristabel.nl redactieLaatst bijgewerkt: 6 mei 20267 min lezen

Het Nederlandse pensioenstelsel is wereldwijd vermaard om zijn stabiliteit, maar het ondergaat momenteel de grootste verandering in vijftig jaar. Tussen 2023 en 2028 maken vrijwel alle pensioenfondsen de overstap naar een nieuw systeem onder de Wet toekomst pensioenen (Wtp). Voor werknemers is het belangrijk om te begrijpen wat dat betekent voor de huidige pensioenopbouw en de uitkering later.

De basis: drie pijlers

Het Nederlandse pensioenstelsel rust op drie pijlers:

  1. AOW— de Algemene Ouderdomswet, een basisuitkering vanaf de AOW-leeftijd, opgebouwd via belastingen en premies.
  2. Werkgeverspensioen— opbouw via je arbeidsovereenkomst en pensioenfonds, het deel waar de Wtp over gaat.
  3. Privépensioen— vrijwillige aanvullingen via lijfrente, woningwaarde, beleggingen, etc.

Het oude stelsel: uitkeringsregelingen

Tot 2023 (en voor veel fondsen nog tot 2026-2028) was het normaal dat werkgeverspensioen een uitkeringsregeling was. Het principe: je werkgever en jij betalen premie, en achter de schermen wordt berekend hoe hoog je belofteaan pensioen is — meestal als een percentage van je gemiddeld verdiende loon.

Bekende uitkeringsregelingen waren:

  • Eindloonregelingen(zeldzaam vandaag) — je pensioen gebaseerd op je laatste loon;
  • Middelloonregelingen(gangbaar) — je pensioen als percentage van het gemiddelde loon over je loopbaan.

Het nieuwe stelsel: premieregeling

Onder de Wtp wordt het werkgeverspensioen overal omgezet naar een premieregeling. Daarbij geldt:

  • Je werkgever en jij betalen een vast percentage premie (vaak 16–28% van het loon).
  • De premie wordt belegd in een persoonlijk pensioenpotje.
  • Bij pensionering wordt het potje omgezet in een levenslange uitkering, op basis van de levensverwachting en rentestand op dat moment.

Het belangrijkste verschil: in het oude systeem werd een belofte over uitkering vastgelegd; in het nieuwe systeem is alleen de premie vastgelegd. Het uiteindelijke pensioen is afhankelijk van het beleggingsrendement.

Wanneer gaat mijn fonds over?

Pensioenfondsen hebben tot uiterlijk 1 januari 2028 om de overstap te maken. Veel fondsen hebben dit al gedaan of zijn ermee bezig. De grootste fondsen in Nederland:

  • ABP (overheid, onderwijs): plant overgang per 2027.
  • PFZW (zorg en welzijn): is overgegaan in 2026.
  • PMT (metalektro): overgang gepland in 2026.
  • PME (metaal en techniek): overgang in 2027.
  • BPFBOUW (bouwnijverheid): overgang 2026.

Jouw fonds informeert je individueel over het exacte moment en de gevolgen voor jouw opgebouwde rechten. Houd je pensioenoverzicht (Mijn Pensioenoverzicht.nl) actief in de gaten in de aanloop naar de overgang.

Wat gebeurt er met mijn opgebouwde rechten?

Dit is de gevoeligste vraag van de Wtp. Bestaande pensioenrechten worden in principe ingevaren— oftewel: omgezet van de oude uitkeringsregeling naar het nieuwe persoonlijke potje. Bij invaren wordt rekening gehouden met:

  • de actuele dekkingsgraad van het fonds;
  • solidariteit tussen jonge en oudere deelnemers;
  • een buffer voor schommelingen.

Voor de meeste deelnemers verandert er feitelijk weinig in de verwachte uitkering, maar het zicht erop wordt persoonlijker: je kunt op Mijn Pensioenoverzicht voortaan je eigen potje volgen.

Wat zie je op je salarisstrook?

Op je loonstrook staat altijd de werknemerspremie — jouw deel van de pensioenbijdrage. Bij de overheid en zorg is dat doorgaans 6–9% van je loon over de "pensioengevende loonsom" (= bruto loon minus de AOW-franchise). Bij de markt is dat percentage vaak wat lager (4–6%) omdat werkgevers daar meestal een kleiner deel afdragen.

Een rekenvoorbeeld voor 2026:

  • Bruto loon: €3.500 per maand
  • AOW-franchise: ~€1.300 per maand (drempel waaronder geen pensioenpremie)
  • Pensioengevende loon: €2.200 per maand
  • Werknemerspremie (8%): ~€176 per maand
  • Werkgeverspremie (16%): ~€352 per maand (komt niet van je salaris)

Wat is de impact op je netto-loon?

De werknemerspremie wordt vóór belasting van je bruto inkomen afgehaald ("omkeerregel"). Dat is fiscaal voordelig: je betaalt nu geen belasting over de pensioenpremie, maar pas bij uitkering. In de bovenstaande situatie kost een werknemerspremie van €176 bruto ongeveer €110–120 netto.

Tot slot

De Wtp is geen apocalyps maar wel een fundamentele verschuiving van "belofte" naar "potje". Voor jongeren biedt het nieuwe systeem meer transparantie en flexibiliteit; voor ouderen kan het invaren onzekerheid geven. Het belangrijkste advies: log in op Mijn Pensioenoverzicht, check welk fonds je hebt, en lees de communicatie van je pensioenfonds rond de invarendatum zorgvuldig. Vanuit Salaristabel.nl houden we de pensioenparameters per CAO actueel; op elke CAO-pagina vind je het bijbehorende pensioenfonds en de bijdrage.